Een vitamine D-tekort geeft niet altijd duidelijke klachten. Zeker bij een licht tekort kun je er weinig van merken. Bij een ernstiger of langdurig tekort vallen vooral spierzwakte en botpijn op. Moeite met opstaan, traplopen of stevig doorlopen kan daarbij passen. Vermoeidheid, somberheid, rugpijn en vaak verkouden zijn worden ook vaak aan vitamine D gekoppeld. Die klachten zijn veel minder specifiek en kunnen allerlei andere oorzaken hebben. Aan klachten alleen kun je daarom niet zien of je vitamine D te laag is. Daarvoor is bloedonderzoek nodig.
Wat is een vitamine D-tekort?
Bij bloedonderzoek wordt meestal 25-hydroxyvitamine D gemeten. Deze stof wordt ook 25(OH)D genoemd en geeft een goede indruk van de hoeveelheid vitamine D die in je lichaam beschikbaar is. Een lage bloedwaarde betekent niet automatisch dat iedereen dezelfde behandeling nodig heeft. Bij de beoordeling spelen ook andere zaken mee. Denk aan je leeftijd, klachten, hoeveelheid zonlicht, lichaamsgewicht, opname vanuit de darm en medicijnen die je gebruikt.
Daarom is het verstandiger om een vitamine D-waarde niet als los getal te bekijken. De uitslag krijgt pas echt betekenis in combinatie met je gezondheid en het doel van de behandeling.
Kun je een vitamine D-tekort herkennen aan klachten?
Niet betrouwbaar. Een tekort kan lange tijd bestaan zonder duidelijke symptomen. Andersom kunnen klachten die vaak aan vitamine D worden toegeschreven ook voorkomen bij mensen met een normale vitamine D-waarde. Bij een ernstig of langdurig tekort worden spierzwakte en botpijn duidelijker. Vooral veranderingen in dagelijkse beweging kunnen dan opvallen. Opstaan uit een stoel kost meer kracht, traplopen wordt zwaarder of stevig doorlopen lukt minder makkelijk. Ook deze klachten bewijzen op zichzelf geen tekort. Spierverlies, gewrichtsproblemen, zenuwschade en andere aandoeningen kunnen hetzelfde beeld geven.
Spierzwakte is een belangrijk signaal
Bij een ernstig vitamine D-tekort kan de spierkracht afnemen. Dat merk je vaak het eerst rond de heupen en bovenbenen. Juist die spieren gebruik je veel bij opstaan, traplopen en lopen. Je kunt bijvoorbeeld merken dat je jezelf vaker met je armen uit een stoel omhoog duwt. Een trap voelt zwaarder of je benen lijken minder kracht te hebben. Dit soort spierzwakte verdient aandacht, zeker als het nieuw is of duidelijk toeneemt.
Vitamine D is niet de enige mogelijke oorzaak. Ook weinig bewegen, spierverlies, een neurologisch probleem, gewrichtsaandoeningen of medicijnen kunnen spierzwakte veroorzaken. Bij duidelijke spierzwakte is het daarom beter om de oorzaak te laten beoordelen dan alleen zelf extra vitamine D te gaan slikken.
Botpijn en onvoldoende mineralisatie van het bot
Vitamine D helpt je lichaam om calcium uit de darm op te nemen. Bij een langdurig ernstig tekort kan botweefsel daardoor onvoldoende mineraliseren. Artsen noemen dit osteomalacie. De botten worden dan minder stevig en kunnen pijnlijk worden.
De pijn kan op verschillende plaatsen voorkomen, bijvoorbeeld rond de heupen, het bekken, de benen, ribben of onderrug. Osteomalacie is iets anders dan osteoporose. Bij osteoporose neemt vooral de hoeveelheid botweefsel af. Bij osteomalacie is de mineralisatie van het bot verstoord. Beide problemen kunnen wel tegelijk bestaan.
En spierpijn dan?
Spierpijn kan voorkomen bij een lage vitamine D-status, maar is minder specifiek dan spierzwakte en botpijn. Dat maakt het lastig om spierpijn op zichzelf aan vitamine D toe te schrijven.
Pijn na inspanning, artrose, medicatie, infecties en verschillende spier- en gewrichtsaandoeningen kunnen vergelijkbare klachten geven. Heb je alleen spierpijn zonder andere aanwijzingen voor een tekort, dan zegt dat dus weinig over je vitamine D-waarde.
Klachten die weinig zeggen over een tekort
Online worden veel klachten gekoppeld aan vitamine D. Vooral vermoeidheid, somberheid, rugpijn en vaak ziek zijn komen vaak terug. Daar moet je voorzichtig mee zijn.
Vermoeidheid is een klacht en geen diagnose. Slecht slapen, bloedarmoede, te weinig eten, een vitamine B12-tekort, medicatie, somberheid en lichamelijke aandoeningen kunnen allemaal vermoeidheid veroorzaken. Ook bij somberheid geldt dat een lage vitamine D-waarde niet automatisch de oorzaak is. Iemand die zich niet goed voelt, kan bijvoorbeeld minder buiten komen. Daardoor daalt de vitamine D-waarde mogelijk juist als gevolg van de klachten. Gewone lage rugpijn zegt eveneens weinig. Rugklachten komen veel voor en hebben meestal andere oorzaken.
Een ernstig vitamine D-tekort kan wel botpijn rond de rug of het bekken geven. Dat is iets anders dan stellen dat iedere rugpijn door vitamine D komt.
Wie heeft meer kans op een lage vitamine D-waarde?
Sommige mensen hebben meer kans op een lage vitamine D-status dan andere. Dat geldt bijvoorbeeld als je weinig buiten komt, een donkere huid hebt of bijna je hele huid bedekt. Ook overgewicht speelt mee. Vitamine D wordt over meer lichaamsweefsel verdeeld en bloedwaarden zijn gemiddeld vaker lager. Daarnaast kan de opname vanuit de darm verminderd zijn. Dat kan voorkomen bij:
- coeliakie;
- de ziekte van Crohn;
- colitis ulcerosa;
- andere aandoeningen waarbij vet minder goed wordt opgenomen;
- een maagverkleinende bypass.
Ook sommige medicijnen kunnen de vitamine D-status beïnvloeden. Voorbeelden zijn orlistat en langdurig gebruikte corticosteroïden.
Bij osteoporose krijgt vitamine D eveneens extra aandacht, omdat botgezondheid dan al een belangrijk aandachtspunt is.
Hoe meer van deze factoren samenkomen, hoe groter de reden om verder te kijken dan alleen algemene klachten.
Wanneer is bloedonderzoek zinvol?
Een vitamine D-test is geen standaardonderzoek voor iedereen. Vanaf 70 jaar geldt bijvoorbeeld al een algemeen advies om dagelijks 20 microgram (800 IE) vitamine D te gebruiken. Daarvoor hoef je niet eerst je bloed te laten prikken.
Een meting kan wel nuttig zijn bij botproblemen, duidelijke spierzwakte, een aandoening waarbij vet slecht wordt opgenomen of een eerder gemeten lage vitamine D-waarde. Ook bij een behandeling waarbij de dosis gericht moet worden aangepast, geeft een bloedwaarde meer houvast. Heb je alleen algemene vermoeidheid of vage pijnklachten? Dan zijn er vaak meerdere mogelijke oorzaken. De huisarts kan dan beoordelen welk onderzoek het meest zinvol is.
Wat meet een vitamine D-bloedtest?
De standaardtest meet meestal 25-hydroxyvitamine D. Deze waarde geeft aan hoeveel vitamine D in het bloed beschikbaar is en wordt gebruikt om een lage vitamine D-status te beoordelen. De uitslag staat in nmol/l. Het is verleidelijk om één getal als ideaal te zien, maar zo eenvoudig is het niet. Een arts kijkt ook naar je leeftijd, klachten, risicofactoren, opname en eventuele behandeling.
Bij een vastgesteld tekort kan vervolgens een streefwaarde worden afgesproken. Na de behandelingsperiode kan opnieuw worden gemeten of die waarde is bereikt.
Wat gebeurt er bij een lage bloedwaarde?
Dat hangt af van hoe laag de waarde is en waarom deze laag is. Soms is de gewone dagelijkse dosis voldoende. In andere situaties is een hogere dosis nodig. Bij weinig zonlicht, overgewicht of een eerder lage bloedwaarde worden in onderzoek en praktijk ook doses van 25 tot 50 microgram (1.000 tot 2.000 IE) per dag gebruikt. Dat is geen standaard behandeling voor ieder tekort. Bij een daadwerkelijk vastgesteld tekort kan een arts tijdelijk een hogere behandelingsdosis voorschrijven. Die dosis wordt afgestemd op de bloedwaarde, de opname van vitamine D en je medische situatie.
Het doel is niet om de waarde zo hoog mogelijk te krijgen. Het doel is om het tekort gericht te corrigeren.
Hoe wordt een vastgesteld tekort behandeld?
Bij een bewezen tekort is aanvullen logisch. Hoeveel vitamine D daarvoor nodig is, verschilt. Een arts kan kiezen voor een dagelijkse dosis of in sommige gevallen tijdelijk voor een hogere behandelingsdosis. Daarbij wordt gekeken naar de uitgangswaarde, je opname, mogelijke onderliggende aandoeningen en andere medicijnen. Na een afgesproken behandelperiode kan 25-hydroxyvitamine D opnieuw worden gemeten. Soms worden ook calcium en nierfunctie gecontroleerd. Dat is vooral relevant bij nierziekten, nierstenen, een verstoorde calciumhuishouding of hogere behandelingsdoseringen.
Waarom megadoseringen geen goed idee zijn
Een zeer hoge dosis in één keer lijkt misschien een makkelijke oplossing, maar dat is niet hetzelfde als een goed opgebouwde behandeling. In een groot onderzoek kregen deelnemers eenmaal per jaar 500.000 IE vitamine D. Dat leidde niet tot minder valpartijen of botbreuken. In de maanden na die dosis werden juist meer vallen en botbreuken gezien. Een enorme week-, maand- of jaardosis is dus geen handige vervanging voor een passende dagelijkse of medische behandelingsdosis. Bij een ernstig tekort kan een arts wel tijdelijk een hogere dosis voorschrijven. Dan wordt de behandeling bewust gekozen en gecontroleerd.
Let extra op bij bepaalde aandoeningen en medicijnen
Bij normale doseringen is vitamine D voor de meeste mensen veilig. Toch zijn er situaties waarin overleg met een arts of apotheker verstandig is.
Dat geldt bijvoorbeeld bij:
- ernstige nierproblemen;
- nierstenen;
- een te hoge calciumwaarde;
- sarcoïdose;
- gebruik van digoxine;
- gebruik van een thiazide-plasmiddel.
Vitamine D verhoogt de opname van calcium. Bij sommige aandoeningen of medicijnen kan het calciumgehalte daardoor te hoog oplopen.
Gebruik je meerdere supplementen? Controleer dan ook hoeveel vitamine D je in totaal binnenkrijgt.
Een multivitamine, calciumtablet en losse vitamine D-capsule kunnen allemaal vitamine D bevatten.
Wanneer ga je naar de huisarts?
Een enkele dag weinig energie is geen reden om direct aan een vitamine D-tekort te denken. Bij duidelijke of toenemende spierzwakte ligt dat anders. Merk je dat opstaan uit een stoel, traplopen of stevig doorlopen duidelijk moeilijker wordt? Of heb je aanhoudende botpijn zonder duidelijke oorzaak? Bespreek dat dan met je huisarts. Dat geldt ook als je een aandoening hebt waarbij vet slecht wordt opgenomen, een maagverkleinende operatie hebt gehad of eerder een lage vitamine D-waarde hebt gehad. Blijft vermoeidheid weken bestaan, neemt deze toe of beperkt ze je dagelijkse activiteiten? Laat dan ook andere mogelijke oorzaken beoordelen.
Conclusie
Een vitamine D-tekort geeft lang niet altijd duidelijke klachten. Bij een ernstig of langdurig tekort zijn vooral spierzwakte en botpijn belangrijke signalen. Algemene klachten zoals vermoeidheid, somberheid, rugpijn of vaak verkouden zijn zeggen veel minder.
Een bloedtest op 25-hydroxyvitamine D kan duidelijkheid geven als daar een goede reden voor is. De uitslag moet wel worden bekeken in combinatie met je klachten, risicofactoren en gezondheid. Bij weinig zonlicht, overgewicht of een eerder lage bloedwaarde worden ook 25 tot 50 microgram (1.000 tot 2.000 IE) per dag gebruikt. Een vastgesteld tekort kan om een andere behandelingsdosis vragen.
Veelgestelde vragen vitamine D tekort
Bij een ernstig of langdurig tekort zijn vooral spierzwakte en botpijn belangrijk. Moeite met opstaan, traplopen en stevig doorlopen kan daarbij passen.
Dat kan, maar vermoeidheid is niet specifiek genoeg om een tekort aan te herkennen. Slecht slapen, bloedarmoede, medicatie, te weinig eten en andere aandoeningen kunnen dezelfde klacht geven.
Een ernstig tekort kan botpijn rond de rug of het bekken veroorzaken. Gewone lage rugpijn heeft veel vaker een andere oorzaak.
Een bloedtest kan nuttig zijn bij duidelijke spierzwakte, botproblemen, verminderde vetopname of een eerder gemeten lage vitamine D-waarde.
Meestal wordt 25-hydroxyvitamine D, oftewel 25(OH)D, in het bloed gemeten.
Deze dosis wordt in onderzoek en praktijk gebruikt bij bepaalde situaties, zoals weinig zonlicht, overgewicht of een eerder lage bloedwaarde. Bij een vastgesteld tekort kan een andere behandelingsdosis nodig zijn. Lees ook het artikel Vitamine D na je 65e: hoeveel heb je nodig en wanneer slik je extra?
Bij een mild verhoogd risico kun je het normale supplementadvies volgen. Bij een vastgesteld tekort is het verstandiger om de dosis af te stemmen op de bloedwaarde, opname en medische situatie.
Zeer hoge doseringen kunnen problemen geven. Vooral megadoseringen in één keer zijn geen goede standaardbehandeling. Gebruik hogere behandelingsdoseringen alleen gericht en bij voorkeur onder medische begeleiding.
Lees ook
Vitamine D, hoe cruciaal is het en hoe krijg je er genoeg van binnen
Hoe omega-3, vitamine D en bewegen het biologische verouderingsproces beïnvloeden












